Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
wonende te [woonadres]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Veroordeelde is in 2014 veroordeeld tot betaling van € 67.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Vanaf 2015 heeft het CJIB herhaaldelijk betalingsregelingen getroffen, waarbij veroordeelde slechts een klein deel van het bedrag heeft voldaan en nauwelijks reageerde op verzoeken tot betaling.
In november 2023 is een dwangbevel uitgevaardigd voor het openstaande bedrag van ruim € 62.000. Veroordeelde stelde dat hij pas recent het dwangbevel ontving en verzocht om een aangepaste betalingsregeling, maar gaf geen concreet voorstel.
Het CJIB handhaafde haar standpunt dat het verzet ongegrond moet worden verklaard omdat veroordeelde geen reëel betalingsvoorstel heeft gedaan en de vordering nu bij een gerechtsdeurwaarder ligt.
De rechtbank oordeelt dat het dwangbevel terecht is uitgevaardigd gezien de langdurige inactiviteit van veroordeelde en het ontbreken van een passende betalingsregeling. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en het dwangbevel blijft van kracht.