De procedure betreft een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend door een derde die stelt eigenaar te zijn van 13 body armor platen die in beslag zijn genomen bij de beslagene. De zaak is behandeld door de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Klaagster, handelend in kogelvrije vesten, betoogde dat zij eigenaar is van de goederen en verzocht om opheffing van het beslag met teruggave.
De officier van justitie stelde dat de body armor platen reeds vernietigd zijn en dat de beslagene de enige bekende eigenaar is. Tijdens de zitting gaf de raadsvrouw van klaagster aan dat indien de goederen vernietigd zijn, klaagster aanspraak wil maken op schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat klaagster niet buiten redelijke twijfel als eigenaar kan worden aangemerkt, mede omdat de beslagene verklaarde de platen te mogen houden en geen afstand wilde doen. Het klaagschrift werd daarom ongegrond verklaard. De beslissing werd op 22 januari 2024 uitgesproken en is vatbaar voor cassatie.