Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Gedaagden huurden een woning van Aegon Levensverzekering en hadden een huurachterstand van €8.944,62 tot en met mei 2024, die inmiddels was opgelopen tot €11.184,72. Gedaagden hebben de huurovereenkomst opgezegd, welke op 31 augustus 2024 door Aegon is geaccepteerd.
Aegon vorderde ontruiming van de woning binnen drie dagen na betekening van het vonnis, betaling van de achterstallige huur, rente, incassokosten en proceskosten. Gedaagde sub 1 verscheen niet en voerde geen verweer. Gedaagde sub 2 erkende dat zij de woning al in februari 2023 had verlaten, maar stelde dat zij de huur voor december 2022 tot en met februari 2023 had betaald en dat de huurachterstand de verantwoordelijkheid was van gedaagde sub 1.
De kantonrechter oordeelde dat beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de huurachterstand en toewijzing van de vordering tot ontruiming en betaling van de huur, rente en incassokosten. De gevorderde ontruiming door Aegon zelf met politiehulp werd afgewezen omdat de deurwaarder die bevoegdheid heeft. Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen en betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.