De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel na een veroordeling voor verduistering en valsheid in geschrift. Hij voerde aan dat DNA-onderzoek niet bijdraagt aan opsporing of voorkoming van strafbare feiten en dat hij niet zal recidiveren.
De rechtbank behandelde het bezwaarschrift in besloten raadkamer en overwoog dat de Wet DNA voorschrijft dat bij elke veroordeelde celmateriaal wordt afgenomen, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. Deze uitzonderingen zijn beperkt en vereisen objectief waardeerbare omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de aard van de gepleegde feiten niet zodanig is dat een uitzondering geldt. Ook is recidive niet uitgesloten. Het feit dat het vonnis nog niet onherroepelijk is, doet hieraan niet af. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond.
De beslissing is op 22 januari 2024 door rechter Hopmans genomen en is onherroepelijk. Er staan geen rechtsmiddelen open tegen deze beslissing.