Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 1 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en de pleitnota van mr. Houweling.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Stichting Zeeuwland vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een huurwoning omdat de huurder niet haar hoofdverblijf in de woning heeft en de tuin slecht onderhoudt. Zeeuwland wijst op meldingen van omwonenden en het geringe water- en energieverbruik als bewijs. De huurder erkent het niet hebben van hoofdverblijf sinds november 2023 vanwege medische redenen en tijdelijke zorg voor haar moeder, en voert onmacht aan voor het onderhoud.
De rechtbank oordeelt dat het niet hebben van hoofdverblijf en het nalaten van onderhoud tekortkomingen zijn die ontbinding rechtvaardigen, ongeacht toerekenbaarheid. De verhuurder heeft zich sinds 2019 coulant opgesteld, maar kan niet langer deze situatie laten voortduren vanwege haar maatschappelijke taak en schaarste van woningen.
De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen. De gevorderde huurpenningen worden afgewezen wegens ontbreken van huurachterstand, maar de gebruiksvergoeding wordt toegewezen vanaf ontbinding. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Huurovereenkomst ontbonden en huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen met betaling van gebruiksvergoeding en proceskosten.