Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- gemeen gevaar voor goederen, te weten een voordeur en een tussendeur en een rookmelder en
- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [benadeelde 2] en [benadeelde 1] te duchten was;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- medewerking verleent aan het maken van afspraken ten behoeve van zijn schoolgang;
- zich niet onttrekt aan zijn schoolgang;
- zicht geeft op de vriendengroep waar hij mee optrekt;
- zicht geeft op zijn middelengebruik;
- meewerkt aan controles op middelengebruik;
- meewerkt aan hulpverlening rondom middelengebruik indien dit door de jeugdreclassering als noodzakelijk wordt geacht;
- meewerkt aan een Yes We Can traject;
- meewerkt aan Self Doen Wat Werkt.
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde feit;
een jeugddetentie van 65 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
voorwaarden:
een werkstraf van 100 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
50 dagen;
[benadeelde 1] van € 1.250,-aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2023 tot aan de dag der voldoening;
[benadeelde 1](feit 1),
€ 1,250,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2023 tot aan de dag der voldoening;
0 dagen gijzelingkan worden toegepast;
- gemeen gevaar voor goederen, te weten en voordeur en/of een tussendeur en/of een rookmelder en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten een zoutkoffer te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
( art 350 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
( art 350 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )