De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor meermalen gepleegde valsheid in geschrift en oplichting. Verdachte declareerde tussen januari 2019 en juli 2020 onterecht reiskosten bij haar zorgverzekeraar voor afspraken die niet fysiek plaatsvonden, terwijl zij slechts twaalf fysieke afspraken had bij het UMC Utrecht.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte gefingeerde declaraties indiende om zich wederrechtelijk te bevoordelen met een bedrag van € 15.259,10. Verdachte legde gedeeltelijk een bekennende verklaring af. De rechtbank hield rekening met persoonlijke omstandigheden, waaronder het alleenstaand moederschap en mantelzorgtaken, en legde een taakstraf van 140 uren op, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een proeftijd van twee jaar.
De benadeelde partij, Zilveren Kruis, vorderde materiële schadevergoeding van € 16.173,36, waarvan de rechtbank € 15.259,10 toewijst voor de onterecht gedeclareerde reiskosten en € 517,50 voor onderzoekskosten. De rechtbank wees een deel van de vordering af en legde geen schadevergoedingsmaatregel op. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.