ECLI:NL:RBZWB:2024:6441
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding na bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €465.000 per 1 januari 2022. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen het niet verstrekken van bepaalde gegevens waarop de waardebepaling was gebaseerd, zoals bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar alle relevante gegevens tijdig heeft verstrekt en dat eventuele tekortkomingen in de informatievoorziening tijdens de beroepsfase zijn hersteld. Hierdoor is belanghebbende niet benadeeld en bestaat er geen grond voor een proceskostenvergoeding.
De waardebepaling is gebaseerd op een taxatiematrix en vergelijkingsmethode met referentiewoningen. Belanghebbende heeft ter zitting aangegeven de WOZ-waarde niet langer te betwisten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de WOZ-waarde en de daarbij behorende aanslagen en wijst het verzoek tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd zonder proceskostenvergoeding.