ECLI:NL:RBZWB:2024:6443
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding na bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar op €153.000 is vastgesteld per 1 januari 2022. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen het niet verstrekken van bepaalde gegevens die ten grondslag liggen aan de waardebepaling, zoals onderdelen van de woning, vergelijkingsobjecten en indexeringspercentages.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende gegevens heeft verstrekt, onder meer via e-mailcorrespondentie en het overleggen van een taxatierapport in de beroepsfase. Voor zover artikel 40, tweede lid, Wet WOZ mogelijk is geschonden, is belanghebbende daardoor niet benadeeld en is geen proceskostenvergoeding verschuldigd.
De waardebepaling is getoetst aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen qua ligging, bouwjaar en oppervlakte voldoende vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar heeft adequaat rekening gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen. De WOZ-waarde is daarom niet te hoog vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de WOZ-waarde en de daarbij opgelegde aanslagen blijven gehandhaafd, en er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.