ECLI:NL:RBZWB:2024:6445
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen individuele en buitensporige last door invoering kansspelbelasting voor exploitant kansspelautomaten
Belanghebbende, exploitant van kansspelautomaten, voerde aan dat de invoering van de kansspelbelasting per 1 juli 2008 heeft geleid tot een individuele en buitensporige last, omdat zij enkele jaren verlies leed. De rechtbank beoordeelde de geconsolideerde jaarcijfers van de groep waar belanghebbende deel van uitmaakt en concludeerde dat de daling in resultaat niet sterker was dan bij andere exploitanten. De daling werd mede veroorzaakt door externe factoren zoals het rookverbod en de economische crisis.
De rechtbank stelde vast dat de kansspelbelasting inderdaad de winstgevendheid heeft aangetast, maar dat dit effect algemeen was voor de sector. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat zij meer maatregelen hoefde te treffen dan andere exploitanten of dat de gevolgen voor haar zwaarder waren.
Daarnaast werd het verzoek om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De bezwaar- en beroepsprocedure duurde ruim zestien jaar, waarbij een periode van bijna zes jaar buiten beschouwing werd gelaten vanwege aanhouding in afwachting van een Hoge Raad-uitspraak. De vergoeding werd vastgesteld op € 10.500, met daarnaast vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en veroordeelde de inspecteur tot betaling van de immateriële schadevergoeding, griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Beroepen ongegrond verklaard, geen schadevergoeding wegens individuele last, wel immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.