De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen aan een minderjarige geboren in 2008, die ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen vertoont. De minderjarige vertoont agressief en zelfbepalend gedrag, heeft letsel veroorzaakt bij haar moeder, spullen vernield en suïcidale uitingen gedaan. Na een eerdere ondertoezichtstelling en een tijdelijke plaatsing bij de vader, bleek ook deze situatie onhoudbaar vanwege herhaald weglopen.
De kinderrechter heeft op 10 september 2024 reeds een spoedmachtiging voor uithuisplaatsing verleend voor twee weken. Nu is op grond van artikel 6.1.3 Jeugdwet opnieuw een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp aangevraagd voor vier weken, aansluitend gevolgd door een reguliere machtiging voor zes maanden.
De gedragswetenschapper heeft op basis van dossieronderzoek ingestemd met het spoedverzoek. De kinderrechter oordeelt dat de minderjarige ernstige opvoedingsproblemen heeft en dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is omdat zij zich blijft onttrekken aan hulp door weglopen en er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Gezien het onmiddellijke en ernstige gevaar kan niet worden gewacht op een mondelinge behandeling.
Daarom wordt een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken vanaf 13 september 2024 tot 27 september 2024. Het resterende deel van het spoedverzoek en het reguliere verzoek worden aangehouden tot een mondelinge behandeling. De kinderrechter verzoekt de GI vooraf schriftelijke instemmende verklaringen van een gedragswetenschapper te overleggen die de minderjarige feitelijk heeft onderzocht.
De beschikking is gegeven door kinderrechter Pellikaan en griffier Wallerbos en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.