Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[cliënt], geboren op [geboortedag] 1941 te [geboorteplaats] ;
5 maart 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, geboren in 1941, wegens een psychogeriatrische aandoening (Alzheimer dementie).
Tijdens de mondelinge behandeling op 5 september 2024 werden cliënt, haar huisarts en haar dochters gehoord. Cliënt ontkende de ernst van haar situatie en gaf aan zelfstandig te functioneren, terwijl de huisarts en dochters een ernstige maatschappelijke teloorgang en overbelasting van de zorg signaleren.
De rechtbank stelde vast dat cliënt lijdt aan dementie met geheugenstoornissen, desoriëntatie en gebrek aan ziektebesef, wat leidt tot ernstig nadeel zoals verwaarlozing, risico op brandgevaar en fysieke achteruitgang. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven mogelijk omdat cliënt alle zorg afhoudt.
De opname en verblijf zijn noodzakelijk om het ernstig nadeel te voorkomen en passende 24-uurszorg te bieden. Ondanks verbaal verzet van cliënt voldoet de situatie aan de criteria van de Wet zorg en dwang (Wzd). De machtiging wordt voor zes maanden verleend, met mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en ernstig nadeel.