De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het maken van een gewoonte van het in bezit hebben van kinderporno over de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 mei 2022. Verdachte had meer dan 1250 foto's en enkele video's van seksuele gedragingen met minderjarige kinderen in bezit. De rechtbank achtte het bezit wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van een bekennende verklaring en diverse CyberTipline Reports.
Verdachte werd vrijgesproken van de tenlastelegging van verspreiding wegens gebrek aan bewijs. De rechtbank benadrukte de ernst van het delict, waarbij kinderen ernstig worden misbruikt en langdurige psychische schade oplopen. De strafmaat werd bepaald met inachtneming van de omvang van het bezit, de leeftijd van de betrokken kinderen en de aard van de seksuele handelingen.
Hoewel de Landelijke oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar adviseren, werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn drugsverslaving en inspanningen tot gedragsverandering. De rechtbank legde een taakstraf van 240 uur op en een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan voorwaarden zoals diagnostisch onderzoek, behandeling en toezicht door de reclassering.
De opgelegde straf is gericht op het voorkomen van recidive en het beschermen van de samenleving. Verdachte moet zich melden bij de reclassering, meewerken aan controles op digitale gegevensdragers en drugsgebruik, en zich onthouden van contact met kinderporno. De rechtbank achtte een volledig voorwaardelijke straf niet passend gezien de ernst van het feit en het wettelijke taakstrafverbod.