ECLI:NL:RBZWB:2024:6475

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
BRE23/1952
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €293.000 per 1 januari 2021. Deze waardering vormde tevens de grondslag voor de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van 2022. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.

Tijdens de zitting op 6 september 2024 was belanghebbende niet aanwezig, maar de heffingsambtenaar werd vertegenwoordigd. Kort voor de zitting deed de heffingsambtenaar een voorstel om de WOZ-waarde te verlagen tot €197.000, waarmee belanghebbende instemde. Partijen bereikten tevens overeenstemming over de waarde voor andere jaren, maar het beroep betrof uitsluitend de waardepeildatum 1 januari 2021.

De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verlaagde de WOZ-waarde en de aanslag OZB dienovereenkomstig. Daarnaast werd bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €50 aan belanghebbende moet vergoeden. Er werden geen overige proceskosten toegekend.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd tot €197.000 en de aanslag OZB 2022 wordt dienovereenkomstig verminderd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1952

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] uit [plaats 1] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van Sabewa, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 9 februari 2023.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] [postcode] te [plaats 2] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 293.000. Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag onroerendezaakbelastingen van de gemeente Sluis voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslag OZB).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 6 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de heffingsambtenaar deelgenomen mr. B. de Smit. Belanghebbende is met kennisgeving niet verschenen.

Motivering

2. De heffingsambtenaar heeft bij brief van 30 augustus 2024 belanghebbende het voorstel gedaan om onder meer de vastgestelde waarde van € 293.000 op de waardepeildatum 1 januari 2021 te verlagen tot € 197.000. Daarop heeft belanghebbende gereageerd en aangegeven het eens te zijn met de verlaging van die waarde tot € 197.000. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
2.1.
Daarnaast hebben partijen onder meer overeenstemming bereikt over de waarde van de woning voor de (belasting)jaren 2019, 2020, 2021 en 2023. In het dictum van deze uitspraak van de rechtbank is slechts de verlaging van de waarde op waardepeildatum 1 januari 2021 opgenomen nu het beroep van belanghebbende enkel is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 9 februari 2023.
2.2.
Partijen zijn het erover eens dat de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende zal vergoeden.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de vastgestelde waarde op waardepeildatum 1 januari 2021 moet worden verlaagd tot € 197.000. Het oordeel over de aanslag voor 2022 volgt dat over de waardebeschikking, dus ook deze moet worden verlaagd. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar.
3.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 197.000;
  • vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. B.W. Liu, griffier op 18 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “
Formulieren en inloggen” op
www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.