ECLI:NL:RBZWB:2024:648
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking omgevingsvergunning wegens niet-gebruik
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die aan haar buurvrouw was verleend. Tijdens de zitting erkende het college een gebrek in het besluit, maar de woning was inmiddels verkocht en het was onduidelijk of de nieuwe eigenaar de vergunning zou gebruiken.
Het college trok de omgevingsvergunning op 6 november 2023 in op grond van artikel 2.33, tweede lid, onder a, van de Wabo, omdat de vergunninghouder de vergunning niet had gebruikt en geen intentie had deze te gebruiken. Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het college aan verzoekster was tegemoetgekomen door de intrekking, ook al was er geen formeel intrekkingsverzoek. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legde het college op €4.468,15 aan proceskosten te vergoeden, inclusief griffierecht en kosten voor een bezonningsonderzoek.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €4.468,15 aan proceskosten aan verzoekster.