Uitspraak
zaaknummer: BRE 19/3559
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een informatiebeschikking van de inspecteur van de belastingdienst. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, waarmee artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is geschonden.
De inspecteur kon niet aantonen dat hij alle relevante stukken had overgelegd en reageerde pas tijdens de zitting op vragen hierover, waarbij hij bovendien niet wist of er nog meer stukken waren. De rechtbank acht het niet zinvol de zaak aan te houden voor het alsnog overleggen van stukken en wijst het aanbod van de inspecteur daartoe af.
De rechtbank vernietigt de informatiebeschikking en de uitspraak op bezwaar. Tevens veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van in totaal €10.888,75 aan belanghebbende. Een integrale proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van onzorgvuldig handelen door de inspecteur.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de informatiebeschikking en uitspraak op bezwaar en veroordeelt de inspecteur tot betaling van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.