ECLI:NL:RBZWB:2024:6494
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning te Vlissingen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €165.000 per 1 januari 2022, en voerde aan dat deze te hoog was. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelde of de waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting terecht waren vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar de waarde had bepaald aan de hand van een systematische vergelijking met referentiewoningen die rondom de waardepeildatum waren verkocht. Deze referentiewoningen waren goed vergelijkbaar en de heffingsambtenaar had inzichtelijk gemaakt hoe rekening was gehouden met verschillen. De eigen verkoop van de woning in 2023 werd eveneens als indicatie gebruikt.
De argumenten van belanghebbende over achterstallig onderhoud en de stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van het voorgaande jaar werden verworpen. De rechtbank benadrukte dat de WOZ-waarde elk jaar opnieuw wordt vastgesteld op basis van feiten rond de waardepeildatum, zonder rekening te houden met eerdere waarderingen.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat de WOZ-waarde en de aanslag niet te hoog waren vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met handhaving van de aanslag en zonder vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting wordt ongegrond verklaard.