Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 september 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1], uit [plaats 1], [land], verzoeker 1 (zaak 24/5799 en 24/5801)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekers, bestaande uit twee partijen die omgevingsvergunningen hadden voor het gebruik van woningen voor huisvesting van arbeidsmigranten, verzochten om voorlopige voorzieningen nadat het college van burgemeester en wethouders de vergunningen had herroepen na bezwaar van omwonenden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond omdat het college geen voornemen tot handhaving op korte termijn had aangekondigd en eerst een waarschuwing en voornemen tot handhaving zou versturen indien nodig. Verzoekers konden rekening houden met de mogelijkheid van herroeping gezien de bezwaarprocedure en hadden nog een extra termijn van zes weken gekregen om bewoners uit te zetten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af zonder zitting omdat de verzoeken kennelijk ongegrond waren. Tevens werd opgemerkt dat verzoeker 1 zijn late kennisname van de beslissing op bezwaar voor eigen risico moest nemen. De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.