Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 19 mei 2022 werd in de woning van verdachte professioneel vuurwerk aangetroffen in de slaapkamer van zijn zoon. Verdachte werd verdacht van het opslaan en/of voorhanden hebben van dit vuurwerk. Uit onderzoek bleek dat de minderjarige zoon van verdachte professioneel vuurwerk aan pseudokopers ter beschikking had gesteld.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet was vastgesteld dat verdachte wist dat het vuurwerk in zijn woning lag. De verdediging stelde dat verdachte niet op de hoogte was van het vuurwerk en dus geen opzet had.
De rechtbank oordeelde dat verdachte pas achteraf wist waar het vuurwerk lag, nadat hij de aanhouding van zijn zoon had vernomen en camerabeelden had bekeken. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte wetenschap had van het vuurwerk op 19 mei 2022. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.
De rechtbank nam ook mee dat de tenlastelegging niet duidelijk was opgesteld. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige economische kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 september 2024.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap van het professioneel vuurwerk in zijn woning.