Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 10 september 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kort geding procedure vordert eiser betaling van huurachterstanden en ontruiming van een bedrijfsruimte die door gedaagde wordt gehuurd. Gedaagde is in verzuim met betalingen over juli, augustus en september 2024 en is verstek laten gaan. Eerder is in een bodemprocedure een huurachterstand vastgesteld en veroordeeld tot betaling van vier maanden huur, rente en incassokosten.
De kantonrechter beoordeelt de vorderingen op basis van de stellingen van eiser en constateert dat de huurachterstand aanzienlijk is en dat gedaagde niet tijdig heeft betaald. De vordering tot betaling van de huurpenningen over juli, augustus en september 2024 wordt toegewezen, inclusief wettelijke handelsrente. De ontruiming van het pand wordt eveneens toegewezen, omdat het zeer waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden vanwege de huurachterstand.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat een ontruimingsvonnis al voldoende executiemogelijkheden biedt. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en ontruiming van het pand binnen veertien dagen na betekening.