ECLI:NL:RBZWB:2024:6521

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 september 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
C/02/426192 / JE RK 24-1585 en C/02/426196 / JE RK 24-1587
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij peettante wegens verslavingsproblematiek ouders

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 september 2024 een mondelinge beschikking gegeven waarin de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de peettante van de moeder wordt verlengd van 17 september 2024 tot 17 december 2024. Deze beslissing is genomen na een spoedmachtiging en een eerdere ondertoezichtstelling die op 27 augustus 2024 van kracht werd.

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar beiden kampen met een verleden van middelengebruik. De gecertificeerde instelling (GI) heeft een verzoek ingediend tot verlenging van de uithuisplaatsing omdat de ouders nog niet kunnen starten met een moeder & kind traject en een mogelijk gezinsopname traject vanwege wachttijden bij een verslavingskliniek. Zowel de moeder als de vader zijn gestopt met middelengebruik en stemmen in met de verlenging.

De kinderrechter benadrukt het belang van het behoud van de band tussen de minderjarige en haar ouders en waardeert de rol van de peettante die de zorg op zich neemt. Gezien de huidige zorgen en het belang van de minderjarige acht de rechter het niet wenselijk om haar nu terug te plaatsen bij haar ouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit in de zorg te waarborgen.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de peettante van de moeder wordt verlengd tot 17 december 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/426192 / JE RK 24-1585 (regulier verzoek)
C/02/426196 / JE RK 24-1587 (spoedverzoek)
datum uitspraak 23 september 2024
nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. T.M. ten Velde,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Dit blijkt uit:
- de beschikking van de kinderrechter van 3 september 2024 en alle daarin vermelde stukken.
1.2.
Op 13 september 2024 heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld. Op deze mondelinge behandeling zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.

2.De feiten

2.1.
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
2.2.
Bij beschikking van 27 augustus 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 27 augustus 2024 tot 27 augustus 2025.
2.3.
Bij beschikking van 3 september 2024 is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 3 september 2024 tot en met 17 september 2024. De behandeling van de overige verzoeken is aangehouden.

3.De resterende verzoeken

Ter beoordeling ligt nog voor het op de mondelinge behandeling gewijzigde verzoek van de GI om [minderjarige] voor de duur van twee weken en aansluitend voor de duur van drie maanden te plaatsen bij de peettante van de moeder (netwerkplaatsing). Daarnaast verzoekt de GI om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Voor de onderbouwing van het verzoek geeft de GI aan dat [minderjarige] op grond van de gegeven machtiging bij de peettante van moeder verblijft. Inmiddels is er contact opgenomen met [verslavingskliniek] in [plaats] voor een plaatsing van de moeder en [minderjarige] voor een ‘moeder & kind traject’. Eenzelfde traject kan ook voor de vader worden gestart, maar ook wordt nog onderzocht of een gezinsopname tot de mogelijkheden behoort. Beide ouders zijn in het verleden bekend geweest met verslavingsproblematiek en [verslavingskliniek] is een verslavingskliniek voor Ouder & Kind en bieden gezinsopnames. Het is belangrijk dat binnen dit traject wordt onderzocht welke opvoedvaardigheden de ouders hebben en wat zij samen kunnen doen. Op dit moment is nog niet duidelijk of en wanneer genoemde trajecten kunnen starten, zodat het noodzakelijk is om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van drie maanden te verlengen.
4.2.
De moeder stemt in met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Zij ziet [minderjarige] iedere dag bij haar peettante en dit vindt zij erg fijn. Daarnaast is zij gestopt met middelengebruik. De moeder hoopt snel te kunnen starten met een ‘moeder & kind traject’, zodat zij leert om sterker in haar schoenen te staan, grenzen aan te geven en voor [minderjarige] te zorgen. De moeder vindt het belangrijk dat de vader een grote rol speelt in het leven van [minderjarige] en dat ook hij een soortgelijk traject kan volgen.
4.3.
Ook de vader stemt in met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Hij is de peettante van de moeder dankbaar dat zij de zorg voor [minderjarige] op zich heeft genomen en dat zij ervoor zorgt dat de band tussen [minderjarige] en beide ouders behouden blijft. Ook de vader is gestopt met middelengebruik. Hij vindt het belangrijk dat voor hem een passend traject wordt gestart, omdat hij ook een grote rol in het leven van [minderjarige] wil blijven spelen.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.
5.2.
Bij (mondelinge) beslissing 3 september 2024 heeft de kinderrechter onder andere een spoedmachtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van twee weken (tot 27 september 2024), zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De moeder, bijgestaan door haar advocaat, de vader en de GI zijn inmiddels gehoord. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel. Dat betekent dat de spoedbeslissing niet wordt herroepen.
5.3.
De kinderrechter moet beoordelen of de situatie inmiddels is veranderd en de gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing nog aanwezig zijn. In haar beoordeling betrekt de kinderrechter het volgende. Het is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] geweest om haar te plaatsen bij de peettante van moeder. Hierover zijn alle partijen het ook eens. De peettante heeft ervoor gezorgd dat de ouders [minderjarige] dagelijks hebben gezien. Dit vindt de kinderrechter een compliment waard. De kinderrechter is ook blij te horen dat de ouders allebei zijn gestopt met hun middelengebruik. De kinderrechter vindt het belangrijk dat wordt ingezet om [minderjarige] weer bij haar ouders te laten verblijven en de zorgen worden aangepakt. Hiervoor is een plaatsing van de moeder met [minderjarige] voor een ‘moeder & kind traject’ nodig. De GI is bezig om deze plaatsing te realiseren. Daarnaast vindt de kinderrechter het belangrijk dat ook wordt gekeken of de vader een soortgelijk traject kan volgen, omdat ook hij een grote rol moet hebben in het leven van [minderjarige] . Dit willen beide ouders ook. Gelet op de wachttijden bij [verslavingskliniek] zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van drie maanden verlengen. Er zijn zorgen over [minderjarige] en het is niet in haar belang dat zij nu teruggeplaatst wordt bij een van haar ouders.
5.4.
De kinderrechter verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de peettante van moeder over de periode van 17 september 2024 tot 17 december 2024.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen kan worden uitgevoerd.

6.De beslissing

De kinderrechter
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de peettante van de moeder (netwerkplaatsing) van 17 september 2024 tot 17 december 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier.
De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 23 september 2024.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.