De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, welke oorspronkelijk was ingesteld van 29 september 2023 tot 29 september 2024.
De minderjarige kampt met ernstige ontwikkelingsbedreigingen door ingrijpende gebeurtenissen en mogelijke trauma’s, wat leidt tot woede-uitbarstingen en onrust. De hulpverlening voor de ouders en de minderjarige is nog niet van de grond gekomen, mede doordat de eerdere hulpverleningsinstantie failliet is verklaard. De GI werkt aan het oppakken van hulpverlening via een gezinsmanager.
De moeder stemt in met verlenging, benadrukt echter dat de nadruk binnen hulpverlening moet liggen op de emoties van de minderjarige en niet te veel op contactherstel met de vader, dat belastend kan zijn. De vader stemt eveneens in met het verzoek.
De kinderrechter constateert dat de ontwikkelingsbedreiging nog aanwezig is en dat hulpverlening noodzakelijk is. Contactherstel kan verschillende vormen aannemen en moet niet het hoofddoel zijn. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 29 september 2025 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om directe uitvoering mogelijk te maken.