ECLI:NL:RBZWB:2024:6526
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij aanslag inkomstenbelasting 2011
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een verminderingsbeschikking van de inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2011. Na eerdere procedures, waaronder een vernietiging en terugwijzing door de rechtbank en een ongegrond verklaard hoger beroep bij het hof, deed de inspecteur op 20 maart 2023 een uitspraak op bezwaar die belanghebbende betwistte.
Belanghebbende diende het beroepschrift echter te laat in; het was gedagtekend op 6 mei 2023 en kwam op 11 mei 2023 binnen, terwijl de termijn op 1 mei 2023 was verstreken. Een eerder gesteld beroepschrift van 11 april 2023 werd niet tijdig ontvangen en niet aannemelijk gemaakt dat het daadwerkelijk op die datum was verzonden.
De rechtbank behandelde het beroep op 14 augustus 2024 zonder aanwezigheid van belanghebbende of diens gemachtigde, die niet tijdig in de digitale zitting inlogde. De rechtbank zag geen reden tot heropening van de zitting na klachten over technische problemen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding en dat de verminderingsbeschikking blijft gehandhaafd. Er is geen proceskostenveroordeling en het griffiegeld wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift.