De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om een minderjarige jongen van 13 jaar onder toezicht te stellen wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De jongen kampt met ADHD, ASS, angsten en trauma’s, en volgt al jaren geen onderwijs of dagbesteding. Hoewel er hulpverlening is, blijkt deze onvoldoende om alle problemen aan te pakken.
De moeder werkt mee aan het hulpverleningstraject, maar niet alle bedreigingen worden weggenomen en de vader is onvoldoende betrokken. Het contact tussen de ouders is verstoord en er is geen structureel contact tussen de vader en de minderjarige. De Raad en de gecertificeerde instelling stellen dat een neutrale jeugdbeschermer nodig is om regie te voeren en de oudercommunicatie en het contact tussen vader en kind te verbeteren.
De kinderrechter oordeelt dat de hulpverlening vanuit de huidige trajecten niet toereikend is en dat de zorg noodzakelijk voor het wegnemen van de bedreiging niet voldoende wordt geaccepteerd. Daarom wordt de minderjarige voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, met als doelen onder meer passend onderwijs, psychologisch onderzoek, hulpverlening en herstel van oudercontact en samenwerking.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden bestreden door belanghebbenden via hoger beroep.