Eiseres verstrekte een lening van 12.000 euro aan gedaagde, die een eenmanszaak heeft. De lening was aflossingsvrij, waarbij gedaagde alleen rente van 2,38% per maand moest betalen. Vanaf december 2023 stopte gedaagde met het betalen van rente.
Eiseres vorderde betaling van het geleende bedrag, de rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkende de lening, maar betwistte de afgesproken rente, stellende dat hij de overeenkomst alleen digitaal had ingezien.
De kantonrechter stelde vast dat de leningsovereenkomst digitaal was ondertekend via iDIN, waarbij de rente van 2,38% per maand duidelijk was overeengekomen. Het argument van gedaagde dat hij de rente niet hoeft te betalen omdat de overeenkomst digitaal was, werd verworpen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het volledige bedrag van 14.559,49 euro, bestaande uit lening, rente en buitengerechtelijke kosten, alsmede de rente vanaf de dagvaarding tot volledige betaling. Daarnaast werden de proceskosten aan gedaagde opgelegd.
Het vonnis werd bij vervroeging uitgesproken op 25 september 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad.