De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2017 en 2019, wegens aanhoudende conflicten tussen de gescheiden ouders en zorgen over het welzijn van de kinderen.
De procedure omvatte een verzoekschrift, een mondelinge behandeling met gesloten deuren en diverse rapportages van hulpverleners. Er zijn meldingen van psychisch geweld, stalkend gedrag en vermoedens van alcoholgebruik door de vader, wat leidde tot stress en spanningen bij de kinderen. Speltherapie toonde aan dat de kinderen last hebben van de situatie.
Ondanks vrijwillige hulpverlening en een ouderschapstraject lukte het de ouders niet om een veilige en stabiele opvoedsituatie te creëren. De vader vertoonde emotieregulatieproblemen en was betrokken bij een incident waarbij hij de moeder probeerde te wurgen, wat leidde tot een straat- en contactverbod.
De kinderrechter oordeelde dat hulpverlening in een verplicht kader noodzakelijk is om de situatie te verbeteren en stelde de kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht van een gecertificeerde instelling, met uitvoerbaarheid bij voorraad.