De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant tot wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor twee minderjarigen die onder toezicht zijn gesteld. De vader zit in detentie, waardoor het contact met de kinderen abrupt is gestopt. Zowel de moeder als de vader steunen het verzoek om het contact te hervatten onder regie van de GI op neutraal terrein.
De kinderrechter stelt vast dat de eerdere zorgregeling niet wordt nageleefd en dat het in het belang van de minderjarigen is om het contact met hun vader spoedig te herstellen. De kinderen zelf geven aan graag weer contact te willen. De rechter wijzigt daarom de regeling en legt de regie over de invulling van contact, duur en frequentie bij de GI, met als uitgangspunt zo frequent mogelijk contact en voldoende structuur.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de ontwikkeling van de minderjarigen niet te belemmeren. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld. De beslissing is genomen op 9 september 2024 en schriftelijk vastgelegd op 24 september 2024.