ECLI:NL:RBZWB:2024:6629

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
30 september 2024
Zaaknummer
C/02/426725 HA RK 24-179 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Peters
  • Van der Lende – Mulder Smit
  • Leppens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wraking rechter wegens vermeende partijdigheid afgewezen als kennelijk ongegrond

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die belast is met de behandeling van haar zaak, omdat haar advocaat verhinderd was en zij zich daardoor achtergesteld voelde ten opzichte van de tegenpartij. Zij vond de zaak niet spoedeisend en meende dat de behandeling een week later had kunnen plaatsvinden.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij het uitgangspunt geldt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn. Alleen uitzonderlijke omstandigheden kunnen een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.

De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing van de rechter om de zitting door te laten gaan zonder aanwezigheid van de gemachtigde van verzoekster een procesbeslissing is waarover de wrakingskamer geen oordeel kan geven, tenzij deze onomstotelijk als blijk van vooringenomenheid kan worden gezien. Dit was niet het geval.

Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd besloten de behandeling van de zaak voort te zetten in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is kennelijk ongegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
Locatie Breda
zaaknummer C/02/426725 HA RK 24-179
beslissing van 19 september 2024 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
[verzoekster] B.V. h.o.d.n. [handelsnaam] ,
verder te noemen: verzoekster,

1.Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
- de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier met nummer
11274901 VV EXPL 24-55;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 18 september 2024 waar door verzoekster een wrakingsverzoek is gedaan.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. Tilman-Knoester, hierna te noemen de rechter, belast met de behandeling van de zaak met nummer 11274901 VV EXPL 24-55.
De rechter berust niet in het wrakingsverzoek.

3.De gronden van het wrakingsverzoek

Door (de bestuurder van) verzoekster is, kort weergegeven, aangevoerd dat de schijn van partijdigheid of objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid van de rechter bestaat uit het navolgende. In het proces-verbaal is het volgende opgenomen:
“Mijn advocaat, mr. Namjesky, was vandaag verhinderd. Ik vind de zaak niet spoedeisend. De behandeling kan ook een week later plaatsvinden. Doordat mijn advocaat vandaag niet aanwezig kan zijn, voel ik mij achtergesteld ten opzichte van de eisende partij. Om die reden wraak ik u.”

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 36 Rv Pro kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2.
De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt, dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
4.3.
De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoekster aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert of dat de door gemachtigde geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.
4.4.
De wrakingskamer is van oordeel dat de beslissing van de rechter om de zitting doorgang te laten vinden, zonder dat de gemachtigde van verzoekster aanwezig is, moet worden aangemerkt als een procesbeslissing. Dat geldt ook voor het (voorlopige) oordeel van de rechter dat het hier om een spoedeisende zaak gaat, waarvan de behandeling niet tot volgende week kan wachten. Volgens de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:1413) komt de wrakingskamer geen oordeel toe over de juistheid van zo’n procesbeslissing. Ook over de motivering van een procesbeslissing mag de wrakingskamer geen oordeel geven, zelfs niet als het gaat om een door verzoekster onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of het ontbreken van een motivering. Reden hiervoor is dat tegen een uitspraak van de rechtbank doorgaans een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) kan worden ingesteld waarbij dit aan de orde kan komen. Alleen als de procesbeslissing in het licht van de omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid, kan dat tot een ander oordeel leiden. Dat daarvan in deze zaak sprake zou zijn, is niet onderbouwd en hiervan is naar het oordeel van de wrakingskamer ook niet gebleken.
4.5.
Gelet op het voorgaande kan niet worden geconcludeerd dat de rechter ten aanzien van verzoekster vooringenomen is of dat haar vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarom is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond moet worden verklaard.
4.6.
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege.

5.De beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond;
  • bepaalt dat de behandeling van de zaak met nummer 11274901 VV EXPL 24-55 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven op 19 september 2024 door mr. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Van der Lende – Mulder Smit en mr. Leppens, rechters, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier en ondertekend door
mr. Leppens. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.