Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[de moeder],
1.De procedure
2.De feiten
[geboortedag] 2017 en is daarom ten tijde van dit kort geding minderjarig en leerplichtig.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De ouders, wettelijk vertegenwoordigers van een minderjarige leerplichtige, hadden hun kind aangemeld bij een Belgische basisschool en verzochten vrijstelling van inschrijving op een Nederlandse school voor het schooljaar 2023-2024. De gemeente wees dit verzoek af wegens onvoldoende zwaarwegende richtingsbezwaren. De ouders startten een kort geding om de gemeente te verbieden hen op te dragen hun kind aan te melden en in te schrijven op een school, onder dreiging van een dwangsom.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente noch de leerplichtambtenaar de wettelijke bevoegdheid heeft om de ouders op te dragen hun kind in te schrijven op een school, waardoor het gevorderde niet kan worden toegewezen. Tevens ontbrak het spoedeisend belang omdat het nog onzeker is of er een proces-verbaal wordt opgemaakt en of het openbaar ministerie tot vervolging overgaat.
De rechtbank wees de vordering van de ouders af en verklaarde hen niet-ontvankelijk. De wederzijdse vorderingen tot proceskosten werden afgewezen en de kosten werden gecompenseerd. De uitspraak bevestigt dat de beoordeling van vrijstelling en eventuele sancties in een strafrechtelijke procedure aan de kantonrechter toekomt.
Uitkomst: De ouders worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tegen de gemeente om hun kind niet in te schrijven op een school.