Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 22 augustus 2024,
- de spreekaantekeningen van REA,
- de pleitaantekeningen van CRE.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
REA WOHNEN GMBH vordert in kort geding de intrekking van drie Europese conservatoire bankbeslagen die door CROWD REAL ESTATE B.V. zijn gelegd. Deze beslagen zijn gelegd in verband met een bodemprocedure waarin CRE een vordering van € 1.150.000,- tot betaling van bemiddelingsvergoeding had ingesteld, maar deze vordering is door de rechtbank afgewezen.
REA stelt dat op grond van artikel 33 lid 1 sub f van Pro de EAPO-Verordening het conservatoir beslag moet worden ingetrokken omdat de onderliggende vordering is afgewezen. CRE voert formele en inhoudelijke verweren, waaronder dat het vonnis nog niet definitief is vanwege het hoger beroep en dat REA niet-ontvankelijk is. De rechtbank oordeelt dat het vonnis niet definitief hoeft te zijn en dat REA ontvankelijk is.
De rechtbank wijst de vordering tot intrekking van de drie bevelen toe, wijst de overige vorderingen van REA af, waaronder bewijslevering en verbod op verdere beslagen. De vorderingen van CRE in reconventie tot wijziging van de bevelen en vrijgave van zekerheid worden eveneens afgewezen. De proceskosten worden verdeeld waarbij CRE veroordeeld wordt tot betaling van de kosten van REA.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de Duitse autoriteiten worden geïnformeerd over de intrekking van de beslagen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de intrekking van drie Europese conservatoire bankbeslagen toe en veroordeelt CRE in de proceskosten.