ECLI:NL:RBZWB:2024:67
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Borm
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting ondanks betwisting wanprestatie bij implantaatbehandeling
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of gedaagde, die een geneeskundige behandelingsovereenkomst had gesloten met eiseres voor het plaatsen van implantaten in het gebit, zijn betalingsverplichtingen mocht opschorten wegens vermeende wanprestatie. Gedaagde erkende niet dat eiseres tekort was geschoten, maar verbond geen rechtsgevolgen aan zijn wanprestatieberoep en wilde geen opschorting van betaling toepassen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de behandeling had uitgevoerd en dat gedaagde daarom verplicht was te betalen. De vordering tot betaling van € 8.165,94 werd toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden beperkt tot € 40,00 conform het toepasselijke Besluit vergoeding incassokosten.
In reconventie vorderde gedaagde afgifte van zijn dossier, maar deze vordering werd afgewezen omdat niet aan de voorwaarden was voldaan. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de kosten van betekening werden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van resterende behandelkosten en beperkte incassokosten met rente.