Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het nadere procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.De nadere standpunten
5.Beslissing
[cliënt],geboren op [geboortedag] 1944 te [geboorteplaats];
2 maart 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, geboren in 1944, wegens haar psychogeriatrische aandoening en de onhoudbare thuissituatie. Cliënt lijdt aan dementie en heeft daarnaast complexe medische problemen, waaronder atrofie en eerdere cerebrale bloedingen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf cliënt aan niet opgenomen te willen worden en thuis te willen blijven bij haar partner. De partner gaf aan de zorg niet langer te kunnen dragen, mede door de zware zorgvraag en de emotionele belasting door uitspraken van cliënt over euthanasie en zelfmoord. De wijkverpleegkundige bevestigde dat ambulante zorg en dagbesteding niet toereikend zijn en dat cliënt 24-uurszorg nodig heeft.
De rechtbank concludeerde dat cliënt ernstig nadeel ondervindt door haar aandoening, waaronder psychische schade en maatschappelijke teloorgang, en dat de thuissituatie onhoudbaar is geworden. Er zijn geen minder ingrijpende middelen beschikbaar om dit te voorkomen. De machtiging tot opname en verblijf wordt daarom voor de duur van zes maanden verleend om cliënt te beschermen en de mantelzorger te ontlasten.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel en overbelasting mantelzorger.