Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene],geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats];
4 maart 2025;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 4 september 2024 een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden aan betrokkene, geboren in 1984, vanwege ernstige psychische stoornissen waaronder schizofreniespectrumstoornissen, verslavingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Betrokkene is bekend met middelengebruik en heeft een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur, wat leidt tot levensgevaar en maatschappelijke teloorgang.
De officier van justitie verzocht verplichte zorg toe te passen, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking en opname in een accommodatie. Betrokkene stemde in met het verzoek, behalve met de beperking van het gebruik van communicatiemiddelen, welke door de rechtbank ook werd afgewezen. De psychiater bevestigde de noodzaak van de zorgmachtiging om terugval in middelengebruik en psychotische decompensatie te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg onvoldoende is omdat betrokkene bij terugval niet meer meewerkt aan behandeling. De verplichte zorg is evenredig, noodzakelijk en gericht op het afwenden van ernstig nadeel en het bevorderen van herstel en maatschappelijke participatie. De machtiging geldt tot 4 maart 2025 en kan worden aangevochten middels cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg, behalve beperking van communicatiemiddelen.