Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [gedaagde] ,
- de akte van WonenBreburg.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
WonenBreburg vorderde ontbinding van de huurovereenkomst met huurder omdat er een grote handelshoeveelheid softdrugs in de woning was aangetroffen. Huurder stelde dat zij voor een half jaar in Turkije verbleef en niets wist van de drugs. Zij had haar broer gevraagd toezicht te houden, maar diens rol bleef onduidelijk.
De kantonrechter stelde vast dat huurder daadwerkelijk langdurig afwezig was en geen wetenschap had van de drugs. Er was onvoldoende bewijs van drugshandel of wijziging van de bestemming van de woning. Wel was huurder tekortgeschoten in haar zorgplicht door onvoldoende toezicht te houden tijdens haar afwezigheid.
Desondanks woog de kantonrechter het belang van huurder bij behoud van de woning zwaarder dan het belang van WonenBreburg bij ontbinding, mede vanwege haar medische en psychologische kwetsbaarheid. De vordering tot ontbinding werd daarom afgewezen en WonenBreburg werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen vanwege bijzondere omstandigheden van huurder.