ECLI:NL:RBZWB:2024:6713
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Smits
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken acuut risico
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 augustus 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie had verzocht om verlenging van de crisismaatregel die op 19 augustus 2024 was opgelegd aan betrokkene, die zich momenteel in een High Intensive Care (HIC) afdeling bevindt.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat het beter met hem gaat en dat hij graag terug wil naar Duitsland voor verdere klinische behandeling. De advocaat van betrokkene voerde aan dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel was verdwenen en dat betrokkene in samenwerking met de zorg is. De psychiater bevestigde dat er geen acuut hoog risico meer is op overlijden of een nieuwe suïcidepoging, en dat betrokkene bereid is de benodigde zorg vrijwillig voort te zetten, bij voorkeur in Duitsland.
De rechtbank concludeerde dat niet langer wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel, omdat het acuut risico ontbreekt en betrokkene vrijwillig zorg wil accepteren. Daarom werd het verzoek van de officier van justitie afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van acuut risico en bereidheid tot vrijwillige zorg.