ECLI:NL:RBZWB:2024:6713

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 augustus 2024
Publicatiedatum
2 oktober 2024
Zaaknummer
C/02/425736 / FA RK 24/3816
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Smits
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken acuut risico

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 augustus 2024 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie had verzocht om verlenging van de crisismaatregel die op 19 augustus 2024 was opgelegd aan betrokkene, die zich momenteel in een High Intensive Care (HIC) afdeling bevindt.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat het beter met hem gaat en dat hij graag terug wil naar Duitsland voor verdere klinische behandeling. De advocaat van betrokkene voerde aan dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel was verdwenen en dat betrokkene in samenwerking met de zorg is. De psychiater bevestigde dat er geen acuut hoog risico meer is op overlijden of een nieuwe suïcidepoging, en dat betrokkene bereid is de benodigde zorg vrijwillig voort te zetten, bij voorkeur in Duitsland.

De rechtbank concludeerde dat niet langer wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel, omdat het acuut risico ontbreekt en betrokkene vrijwillig zorg wil accepteren. Daarom werd het verzoek van de officier van justitie afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van acuut risico en bereidheid tot vrijwillige zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/425736 / FA RK 24/3816
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 22 augustus 2024van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1962,
wonende te [woonadres] , [land] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. W. van der Sande te Goes.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 20 augustus 2024, ingekomen ter griffie op 20 augustus 2024, waarin de officier van justitie heeft verzocht om voortzetting van de op 19 augustus 2024 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Goes tot het nemen van de crisismaatregel van 19 augustus 2024;
- de medische verklaring van 19 augustus 2024;
- het episode journaal van 19 augustus 2024;
- het informatierapport Wvggz van de politie van 20 augustus 2024;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wvggz;
- het bericht dat er voor betrokkene geen relevante justitiële documentatie bekend is.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2024, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en de heer [naam 1] , tolk in de Duitse taal;
- de heer [naam 2] , psychiater;
- de dochter van betrokkene.
Tevens was aanwezig, [naam 3] , verpleegkundige, die niet is gehoord.
1.4
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Verzoek

2.1
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.

3.Standpunten

3.1
Betrokkene geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat het op het moment beter met hem gaat. Sinds een half jaar voor de crisisopname ging het niet goed met betrokkene. Betrokkene had toen nooit zelfmoordgedachten. De laatste twee dagen van zijn vakantie is betrokkene echter ingestort. Betrokkene had toen het idee dat hij alleen moest zijn, niet meer bij zijn gezin in de buurt moest komen en dat hij weg moest. Op dat moment zag betrokkene geen andere uitweg meer, waardoor hij een suïcidepoging heeft begaan. De situatie van betrokkene is nu heel erg en betrokkene vindt dan ook dat hij hulp nodig heeft. Betrokkene wil graag terug naar Duitsland. Daar wil hij in een kliniek worden opgenomen om verder geholpen te worden.
3.2
Door de advocaat is afwijzing van het verzoek bepleit. Hoewel er sprake is van een psychische stoornis, is het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel geweken en is betrokkene in samenwerking met de zorg. Betrokkene wil graag terug naar zijn eigen omgeving en wil hulp ontvangen in zijn eigen taal. Daarbij geeft de advocaat aan dat het al een half jaar niet goed gaat met betrokkene. Hiervoor heeft betrokkene in Duitsland hulp gezocht, maar een opname kon daar niet worden gerealiseerd, omdat de klinieken vol zaten. In Duitsland heeft betrokkene wel medicatie gekregen. Echter, deze medicatie had een averechts effect op betrokkene. Bij [accommodatie] is betrokkene ingesteld op andere medicatie, waarna het zichtbaar beter met betrokkene gaat. Verder licht de advocaat toe dat het transport van betrokkene terug naar Duitsland kan worden geregeld op het moment dat het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen. Voor het vervoer van betrokkene is het namelijk van belang dat betrokkene geen onmiddellijk dreigend gevaar meer is. Dit zou in de weg kunnen staan aan het transport met de ambulance naar een kliniek in Duitsland.
3.3
De psychiater stelt dat het verzoek kan worden afgewezen. Betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Op het moment is er echter geen sprake meer van een acuut hoog risico op overlijden of op een nieuwe suïcidepoging. Betrokkene begint ook weer te slapen en zijn emoties komen weer terug. Verder is betrokkene bereid om de benodigde behandeling aan te gaan. Vanaf de opname is er geen verplichte zorg verleend aan betrokkene en betrokkene is akkoord gegaan met alle voorstellen van de zorg. Betrokkene heeft nog wel zorg nodig, maar dit kan in het vrijwillige kader en bij voorkeur in Duitsland worden geboden. Deze benodigde zorg moet betrokkene thans wel in een klinische setting worden geboden, aldus de psychiater. Er zal worden kortgesloten wat [accommodatie] in de overdracht naar een kliniek in Duitsland kan betekenen.
3.4
De dochter van betrokkene geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat de terugreis van betrokkene naar Duitsland wordt geregeld via de Duitse ANWB. Betrokkene kan dan met de ambulance worden opgehaald en naar een kliniek in Duitsland worden gebracht. Het is nog niet duidelijk welke kliniek dit zal zijn. Daarvoor wordt de beslissing van de rechtbank over het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel afgewacht, zodat er zekerheid is over de overplaatsing van betrokkene.

4.Beoordeling

4.1
Bij beschikking van de burgemeester van de gemeente Goes van 19 augustus 2024 is ten aanzien van betrokkene een crisismaatregel genomen. Op basis daarvan is betrokkene opgenomen en verblijft hij momenteel in de [accommodatie] , op de afdeling High Intensive Care (HIC).
4.2
Het vermoeden bestaat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten depressieve-stemmingsstoornissen. De stoornis is door of namens betrokkene niet betwist.
4.3
De rechtbank constateert – gelet op hetgeen de psychiater tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht – dat er thans niet meer kan worden gesproken van een acute crisissituatie. Op het moment is er immers geen sprake meer van een acuut risico op overlijden danwel een nieuwe suïcidepoging, waardoor het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ontbreekt. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat betrokkene op vrijwillige basis de noodzakelijke zorg wil accepteren. Nu betrokkene bereid is om de behandeling op vrijwillige basis in Duitsland voort te zetten, verzet betrokkene zich dan ook niet (langer) tegen de benodigde zorg.
4.4
Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het voorliggende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.

5.Beslissing

De rechtbank:
5.1
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Smits, rechter en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2024 in tegenwoordigheid van mr. Palings als griffier, en op 5 september 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.