Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] ;
22 november 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 augustus 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 Wvggz Pro voor betrokkene, geboren in 2003, die lijdt aan meerdere psychische stoornissen waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis en autismespectrumstoornis.
Uit het dossier en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene ernstige psychische problemen heeft die leiden tot levensgevaarlijk gedrag, waaronder automutilatie en suïcidaal gedrag, waarbij destructieve stemmen haar handelen beïnvloeden. Er is geen mogelijkheid tot adequate vrijwillige zorg en betrokkene heeft recent geprobeerd te vluchten, wat de noodzaak van verplichte zorg onderstreept.
De rechtbank acht de gevraagde vormen van verplichte zorg, zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht, kleding- en kameronderzoek en opname in een accommodatie, noodzakelijk en proportioneel. De beperking van communicatiemiddelen wordt echter niet als noodzakelijk beschouwd en daarom afgewezen.
De rechtbank volgt de psychiater in het verzoek om de zorgmachtiging te beperken tot drie maanden, omdat een langere duur schadelijk kan zijn en niet past bij het autonomie bevorderend beleid. De beschikking is op 22 augustus 2024 mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 5 september 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg voor drie maanden met specifieke zorgvormen, behalve beperking van communicatiemiddelen.