ECLI:NL:RBZWB:2024:6755
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning vastgesteld op 443.000 euro
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €443.000 op de waardepeildatum 1 januari 2022. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de onderbouwing van belanghebbende, die een lagere waarde van €420.000 verdedigde, en de verdediging van de heffingsambtenaar.
De waarde was vastgesteld met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen uit de omgeving met vergelijkbare kenmerken werden gebruikt. De rechtbank oordeelde dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren qua ligging, bouwjaar en oppervlakte, en dat de heffingsambtenaar op adequate wijze rekening had gehouden met verschillen, zoals de gedateerdheid van voorzieningen, door middel van neerwaartse correcties.
Belanghebbende was niet op de zitting verschenen. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan en dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €443.000 wordt ongegrond verklaard.