Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet meewerken aan een speekseltest tijdens een verkeerscontrole op 10 september 2022 te Vlissingen. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was, omdat hij geen verkeersovertreding had begaan en geen tekenen van drugsgebruik vertoonde. Tevens werd aangevoerd dat de staandehouding mogelijk etnisch gemotiveerd was.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en verwees naar de wettelijke verplichting voor bestuurders om mee te werken aan speekselonderzoek zonder dat daarvoor een concrete verdenking nodig is. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd. De wettelijke grondslag hiervoor is artikel 160, vijfde lid, onderdeel c, in samenhang met artikel 159, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994.
De kantonrechter wees het beroep af en zag geen reden om de boete te matigen. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd op 5 augustus 2024 in Middelburg gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens weigering speekseltest wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.