ECLI:NL:RBZWB:2024:678
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning Middelburg van recenter bouwjaar
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 2017 in Middelburg, met een gebruiksoppervlakte van 175 m² en diverse voorzieningen. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op €450.000 en legde de aanslag OZB 2022 op. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €427.000 voor.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald door vergelijking met referentiewoningen die recentelijk zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar gebruikte zes referentiewoningen, waaronder twee twee-onder-een-kapwoningen, om de hogere prijs per m² van woningen met een recenter bouwjaar te onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen passend waren gekozen en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in bouwtype en bouwjaar. De correctie naar boven voor de woning van belanghebbende was aannemelijk gemaakt. Daarom was de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Boersma op 31 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €450.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB 2022 gehandhaafd.