Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat op 2 mei 2022 een bromfiets niet verzekerd was, geconstateerd door het RDW. Betrokkene zat op dat moment in detentie en had de voertuigen daarna geschorst. Hij ontkende de gedraging niet, maar stelde dat de boete onredelijk was gezien zijn situatie en dat hij tijdig zekerheid had gesteld.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar verzocht ter zitting matiging van de boete vanwege de late beroepsgang. Betrokkene en zijn achternicht, die de administratie beheert, gaven aan dat er sprake was van miscommunicatie en dat betrokkene bereid is te betalen.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat, maar achtte de omstandigheden aanleiding om de boete te matigen tot nihil. Tevens werd bepaald dat het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling wordt terugbetaald.