Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens doorrijden bij een rood stoplicht op de N661 te Vlissingen op 21 november 2021. Betrokkene erkende de gedraging, maar maakte bezwaar tegen de hoogte van de boete vanwege een te korte geeltijd van het verkeerslicht en de weersomstandigheden.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. De geeltijd hoeft niet te worden aangepast aan de weersomstandigheden; verkeersdeelnemers moeten hun snelheid daarop afstemmen. Wel is de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de boete op 26 april 2022 werd opgelegd en de procedure meer dan twee jaar duurde.
Daarom wordt de boete gematigd met 25%. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter, omdat de overschrijding van de redelijke termijn aan de zijde van de overheid ligt. De officier van justitie wordt veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde zekerheidstelling en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boete voor doorrijden bij roodlicht wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.