ECLI:NL:RBZWB:2024:6803
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Tilburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €292.000 per 1 januari 2022, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) door de gemeente Tilburg. Hij stelde dat de waarde te hoog was en dat vergelijkbare woningen in de straat lagere waarden hadden. De heffingsambtenaar verdedigde de waardebepaling met een taxatiematrix gebaseerd op drie referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De gebruikte referentiewoningen waren vergelijkbaar en de correcties voor voorzieningen en gebreken waren adequaat onderbouwd. Het beroep van belanghebbende faalde ook omdat hij onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen over gebreken en lagere waarde van vergelijkbare woningen.
Verder werd geoordeeld dat de aanvulling van het verweerschrift kort voor de zitting niet in strijd was met de goede procesorde, mede omdat belanghebbende voldoende gelegenheid had gekregen om te reageren. De rechtbank handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB en wees het beroep ongegrond. Belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding of teruggaaf van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslag worden gehandhaafd.