ECLI:NL:RBZWB:2024:6805
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid wegens onvoldoende motivering
Eiser betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV, waarbij de mate per 25 mei 2021 aanvankelijk op 42,37% was vastgesteld en later na bezwaar op 48,65% werd gebracht. De rechtbank behandelde het beroep en constateerde in een tussenuitspraak dat het UWV onvoldoende had gereageerd op tegenstrijdigheden in medische rapportages, met name tussen de psycholoog en de verzekeringsarts.
De rechtbank gaf het UWV de gelegenheid het gebrek te herstellen. Het UWV overhandigde een aanvullende rapportage waarin werd gesteld dat eiser dagelijks sociale contacten onderhoudt, gebaseerd op gesprekken met de imam in de moskee. Eiser betoogde dat dit contact niet representatief is voor sociale contacten en dat de psycholoog terecht forse beperkingen op macroniveau had vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het enkele contact met de imam niet betekent dat eiser geen forse sociale beperkingen heeft, en dat het UWV de motiveringsgebreken niet had hersteld. Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en droeg het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het UWV-besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd en het UWV moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.