Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning door de heffingsambtenaar van de gemeente Veere, die de waarde op €728.000 had gesteld per 1 januari 2022. De rechtbank behandelde het beroep op 2 oktober 2024 en tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over een lagere waarde van €662.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar. De WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting werden dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast werd bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €50 en proceskosten van €2.998 aan belanghebbende moest vergoeden, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De proceskostenvergoeding was gebaseerd op het aantal proceshandelingen, waaronder het bezwaarschrift, de hoorzitting, het beroepschrift en het bijwonen van de zitting. De rechtbank maakte de uitspraak openbaar en informeerde partijen over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.