ECLI:NL:RBZWB:2024:6824

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 oktober 2024
Publicatiedatum
7 oktober 2024
Zaaknummer
BRE 23/9526
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Wet WOZBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond: waardevermindering woning en aanslag OZB aangepast

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning door de heffingsambtenaar van de gemeente Veere, die de waarde op €728.000 had gesteld per 1 januari 2022. De rechtbank behandelde het beroep op 2 oktober 2024 en tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over een lagere waarde van €662.000.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar. De WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting werden dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast werd bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €50 en proceskosten van €2.998 aan belanghebbende moest vergoeden, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De proceskostenvergoeding was gebaseerd op het aantal proceshandelingen, waaronder het bezwaarschrift, de hoorzitting, het beroepschrift en het bijwonen van de zitting. De rechtbank maakte de uitspraak openbaar en informeerde partijen over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is verminderd tot €662.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/9526

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] uit [plaats 1], belanghebbende,

(gemachtigde [naam 1], verbonden aan [bedrijf]),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Veere, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar met dagtekening 28 juli 2023.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van15 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] [plaats 2] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 728.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Veere voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 2 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens belanghebbende [naam 1] (verbonden aan [bedrijf]). Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam 2] en [naam 3].

Beoordeling door de rechtbank

2. Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt in die zin dat de waarde van de woning per 1 januari 2022 dient te worden vastgesteld op € 662.000. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.
2.1.
Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Deze vergoeding moet rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden betaald. [1]
2.2.
Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. Belanghebbende heeft recht op 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting, met een waarde van € 624, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 875 en een wegingsfactor 1.
De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.998. Ook deze vergoeding moet rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden betaald.1

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de waarde van de woning tot een bedrag van € 662.000;
  • vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 2.998 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van de Langerijt, griffier, op 7 oktober 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Artikel 30a, vierde en vijfde lid, van de Wet WOZ.