Uitspraak
[bedrijf van gedaagde],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak tussen eiseres en gedaagde over de non-conformiteit van een paard heeft de kantonrechter op 4 september 2024 een tussentijdse beslissing genomen. De deskundigen hebben aangegeven dat de eerste onderzoeksvraag moet worden aangepast. De kantonrechter stemt in met deze wijziging, waarbij de vraag wordt gericht op de aanwezigheid van (chronisch) letsel aan de buigpees linksvoor van het paard.
Partijen hebben beiden ingestemd met de aanpassing van de onderzoeksvraag, hoewel gedaagde een tijdsaanduiding wilde toevoegen. De kantonrechter wijst dit voorstel af omdat de tijdsas reeds voldoende wordt afgedekt door een andere vraag in het deskundigenonderzoek.
De aangepaste onderzoeksvragen betreffen onder meer de aanwezigheid en aard van het letsel, de mogelijke oorzaken, de behandelgeschiedenis, de detecteerbaarheid bij aankoop en de behandelbaarheid met kosten en prognose. De kantonrechter besluit om verdere beslissingen aan te houden totdat de deskundigen hun rapport hebben uitgebracht.
Deze beslissing is vervroegd in het openbaar uitgesproken en betreft een procedurele aanpassing binnen het deskundigenonderzoek, zonder inhoudelijke uitspraak over de geschilpunten zelf.
Uitkomst: Onderzoeksvragen aangepast op verzoek deskundigen; verdere beslissing aangehouden.