Belanghebbende registreerde een gebruikte Mercedes-Benz B-klasse 250 4Matic Business in Nederland en deed aangifte BPM. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op van € 1.807 en belastingrente van € 12, gebaseerd op een hogere waardering van de auto dan door belanghebbende opgegeven.
De inspecteur baseerde zich op een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ) waarin een hogere historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde werden vastgesteld, met een beperkte schadecorrectie. Belanghebbende voerde aan dat de schade ten onrechte gering was ingeschat en dat de naheffingsaanslag daarom onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade groter was dan vastgesteld door DRZ en dat de inspecteur niet gebonden was aan branchebeleid omtrent gebruiksschade. Wel erkende de rechtbank dat bij de naheffingsaanslag ten onrechte geen rekening was gehouden met een extra leeftijdskorting, waardoor de aanslag verminderd moest worden tot € 1.715 exclusief rente.
Daarnaast stelde belanghebbende aanspraak op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateerde een overschrijding van ongeveer 15 maanden en kende een vergoeding van € 1.500 toe. Ook werd proceskostenvergoeding van € 2.998 en vergoeding van het griffierecht toegewezen.
De uitspraak vernietigt de eerdere beslissing op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag en belastingrente, en veroordeelt de inspecteur tot betaling van de genoemde vergoedingen.