ECLI:NL:RBZWB:2024:6879
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens ontbreken stukken en overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van € 2.640 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond en reageerde op het beroep met een verweerschrift. De rechtbank verzocht de inspecteur meerdere malen om stukken te overleggen, maar deze werden pas twee dagen voor de zitting ingediend, waardoor belanghebbende geen tijd had om adequaat te reageren.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur in strijd met de goede procesorde handelde door de stukken te laat in te dienen en deze buiten beschouwing moest laten. Hierdoor ontbraken vrijwel alle zaakstukken, wat een schending van artikel 8:42 Awb Pro vormt en een juiste beoordeling van de naheffingsaanslag onmogelijk maakt. Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep van twee jaar met ongeveer zes maanden was overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 500. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door rechter V.A. Burgers op 9 oktober 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag BPM en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.