Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat mr. H.J. Naber;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene, verblijvend in een zorginstelling op basis van een zorgmachtiging ex artikel 10 Wvggz Pro, verzocht de rechtbank om de beslissing van de zorgverantwoordelijke tot gedwongen ontslag te schorsen in afwachting van de behandeling van zijn klacht tegen dat ontslag.
De zorgverantwoordelijke had betrokkene gedwongen ontslag aangezegd vanwege gedragingen die niet verenigbaar zijn met de regels van de woonvoorziening, ondanks eerdere waarschuwingen en time-outs. Betrokkene betoogde dat het verblijf essentieel is voor zijn welzijn en dat gedwongen ontslag ernstige gevolgen voor hem zou hebben.
De rechtbank oordeelde dat de benodigde zorg, waaronder medicamenteuze behandeling, kan worden voortgezet via ambulante zorg en het regioteam. Het ontslag zal niet leiden tot direct ernstig nadeel voortvloeiend uit de psychische stoornis. Ook is onvoldoende gebleken dat de zorgverantwoordelijke evident onjuist heeft gehandeld.
Daarom is het schorsingsverzoek afgewezen. De inhoudelijke klacht zal op een later moment worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het gedwongen ontslag wordt afgewezen omdat de zorg kan worden voortgezet en geen direct ernstig nadeel zal intreden.