Uitspraak
[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 juli 2024 met de daarin genoemde stukken,
- de mondelinge behandeling van 9 september 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- een bedrag van € 4.271,27 aan huurachterstand tot en met mei 2024 en verschenen rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.867,68 vanaf 3 juni 2024 tot aan de dag van algehele betaling,
- een bedrag van € 830,83 of zoveel hoger als bij wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, voor elke maand te rekenen vanaf juni 2024 tot de ontruiming van de woning,