Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. De heffingsambtenaar vernietigde de aanslag omdat aannemelijk werd dat belanghebbende bezig was met laden en lossen, maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De rechtbank beoordeelde het beroep van belanghebbende tegen deze afwijzing. Uit het dossier en de foto’s van het scanvoertuig bleek geen overtuigend bewijs van laden en lossen op het moment van de naheffing. De enkele aanwezigheid van een persoon in een deuropening was onvoldoende om laden en lossen aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar bij het opleggen van de naheffingsaanslag terecht uitging van geen laden en lossen, en dat de herroeping van de aanslag pas plaatsvond na nieuwe informatie in de bezwaarprocedure. Hierdoor was er geen sprake van een aan de heffingsambtenaar toe te rekenen onrechtmatigheid die recht geeft op proceskostenvergoeding.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding en ook het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 10 oktober 2024.